Over

Lezen, Schrijven, En De Weg Naar Herderse

Mijn oma woonde drie straten verder. Wij gingen met de auto, als je klein bent is dat nog logisch. De bakker, de slager, de apotheker voorbij. Dan de frituur, het klooster, de kerk. Dan het rond punt dat in de streekkrant was gekomen omdat iedereen er stierf, met vlak erachter een scherpe bocht. In het midden van de bocht stond een blauwe wegwijzer met in witte letters: ‘Herdersem’. Her-der-sem. Maar dat wist ik toen nog niet. Die pijl, dat rijtje woorden, in een seconde, rits! Al voorbij. Ooit zou ik die letters kunnen lezen. Dat ellenlange woord. Met de snelheid van mijn vader in een bocht. Ik kon niet wachten.

Intussen krabbelde ik alvast pagina’s vol – bij gebrek aan schrijfbare woorden, in mijn eigen taal. Het was niet ideaal. Maar hoe anders te vertellen over de vlek op de muur in de tuin die leefde?

Toen werd ik vijf en leerde ik mijn eerste woorden.

Met nog meer concentratie, oogleden dichtgeknepen tot spleetjes, tuurde ik steeds opnieuw uit het autoraam: ‘Her-‘, de auto zwiepte alweer naar links.

Al vanaf de frituur van Anita en Jean, met mijn neus geplet tegen het raam. Mijn adem in een dampwolkje, snel weggeveegd voor het te laat is – daar komt het: ‘Herde…-‘

Ik, wiebelend onder mijn gordel, naast mijn zusje met een roze aardbeilolly in haar mond. Zij, per se aan het raam, ik, die wacht op dat ene moment om haar kop naar beneden te duwen maar waarom regent het nu ja ja ja ‘Herder-‘, … De bocht genomen, het woord maar half gelezen, mijn vader kwaad, de lolly verplakkerd tussen het leer van de stoel. Het begon me te dagen dat ik niet de enige kon zijn die niet wist waarheen we gingen.

Ik wachtte mijn eerste volledige woord niet af.

Er was een borrelend verlangen. Woorden, beelden, verhalen drukten vanuit mijn binnenste binnenste tegen de oppervlakte van mijn vingertoppen, net onder mijn huid. Het moest eruit. Eerst letter per letter, tussen de lijntjes, de ‘a’ eindeloos herhaald. Vervolgens met potlood in steeds langere zinnen, op het bruine papier van gerecycleerde kladschriftjes. Sierlijke dagboeken met glitters, gekregen voor verjaardagen, bleven leeg. Die wou je niet verpesten.

Schrijven bleek uiteindelijk, net zoals al het andere waartegen ik me niet kon verzetten – filosofie, perfectionisme, mijn ritselende geest – een geaardheid. Sluimerend, onopvallend. Maar achteraf gezien, steeds rimpelend aanwezig – in elk gesprek, in elk gevoel. In elke bocht met richtingaanwijzers.

Wat valt er nog te zeggen?

Mijn naam is ianthe Cooreman.