Net Echt

Ik vertel mezelf dat het niet echt is.

Dat het tikken van de klok me niet zenuwachtig maakt. Dat ik niet echt denk dat ik zwanger ben als mijn regels een week te laat zijn. Dat ik het niet erg vind, dat onze was van Klaas maar twee dagen op het droogrek in de gang mag hangen, voor er een briefje op de frigo komt. Dat ik de dode vogel in het gras vergeten ben, toen, een paar meter verder van ons picknickkleed, die keer in het park in Lissabon. Dat Brecht, Vincent, Antoine, die ene blonde jongen, – dat geen van hen nog weet wie ik ben, dat ik uit hun geheugen gewist ben omdat het zo banaal was, zo saai dat niemand zich herinnert hoe mijn billen over oude onderbroeken puilen, hoe mijn borsten voelen, – en niemand nog denkt aan hoe mijn stem wat schel wordt bij de grapjes die ik maak als ik me ongemakkelijk voel. Dat ik geen hoofdpijn heb, en dat ik wél kan slapen, ook zonder slaappillen. Dat het een kwestie is van wennen. Wennen aan mensen die je goedbedoeld aanraken op je rug, zonder dat je dat wil. Wennen aan rauwe, bittere witloof op recepties. Wennen aan buikpijn en daarna aan honger. Wennen aan de tijd die overloopt.

Wie is ianthe? Ben ik dit echt, of loop ik achter op mezelf?

Daar zit ik dan, op een stoffige dag in juni, alleen in een broeierig klaslokaal, mijn notities verfrommeld in mijn hand. Examens zijn niet echt. Je moet het niet echt kunnen. Gewoon wat ze vragen. Gewoon wat ze zeggen. En dat punt op het einde is ook niet echt. Niemand geeft erom. Ik toch niet. Een punt zegt niets over mij. Niets. Ik ben geen punt. En een herexamen is toch ook maar een herexamen, een professor een mens, een diploma een papiertje. En dat ik een half uur op een ongemakkelijk stoeltje wacht. Dat ik verdwijn wanneer ik het antwoord niet weet, maar toch moet blijven zitten. Dat mijn professor me over de rand van zijn bril aankijkt. Dat hij fronst, en dat hij niet wil horen wat ik zeg. Dat hij een semester lang mag praten, en ik nog niet eens vijf minuten. Dat hij naar huis wil, en ik ook. Het is allemaal verzonnen, allemaal niet echt. Alleen maar kleine, zotte verhaaltjes, rollend en tollend in mijn hoofd. En dat is wat ik zeg: ‘het is misschien niet echt.’

‘O, het is wel echt hoor,’ zegt hij. Het is een lieve professor, zijn haar ligt in de war, hij vraagt me wat ik ga doen na het examen. Ik zeg dat ik ga ademen. Daar moet hij mee lachen. Ik bedoel het letterlijk. Zijn seminarie ging over symbolisme.

Mijn naam is Grieks voor viooltje, maar dat is natuurlijk niet echt. Ik ben geen echte bloem, je kan me niet plukken, ik knak niet echt. Symbolisme is voor Seminaries, en ik woon in België, een land waar niemand Grieks verstaat, en iedereen mijn naam schrijft zonder ‘h’, want die hoor je niet in het Vlaams. Een letter, verdwenen van zodra uitgesproken, bijna niet echt. Nochtans, zou je denken, is eerste letter die verdwijnt in ianthe, de ‘i’. Zoals in:

‘Net echt.’

(2019)

Een reactie plaatsen

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.