Samen Sterven

Soms lig ik te sterven in Wereld Oorlog I. Meestal gebeurt het op een donkere avond – de laptop dichtgeklapt na de laatste vergadering met bijtende mopjes, finis. Onzeker over mijn behaalde resultaten, diep twijfelachtig over mijn aanwezigheid in het ‘team’, verloren, ja, misschien ook wel. Had het echt zo moeten gaan? Ik loop naar het raam, en kijk naar de hemel zonder sterren.

Daar lig ik, anoniem soldaat, in een West-Vlaams veld. Terwijl het aardvocht in mijn verschoten uniform kruipt, en mijn benen langzaam gevoelloos worden, adem ik de nachtlucht in. Op mijn rug luister ik naar de stilte, die doodse stilte na de veldslag, waar geen vogel meer zingt en geen bomen nog ruisen, waar geen hart nog rusteloos bonkt. Het einde.

En in dat moment gaan mijn gedachten terug naar de momenten ervoor. Hoe mijn collega – die mijn job wil, en achter mijn rug om deals zit te regelen – nu strijdmakker, zijn half uiteengereten lichaam op het mijne had gesmeten, om de kogels voor me op te vangen toen mijn munitie op was. Hoe we op een kritiek punt omringd waren door vijanden, tot ze plots één voor één neervielen als bij wonder. Ik wreef het bloed uit mijn ogen, kon niet begrijpen dat ik nog leefde, en keek op. Daar was de afstandelijke kuisvrouw, achter een barricade. Ze stak een duim naar me op. Scherpschutter tot het einde, tot en met het moment dat ze, ondanks het geschreeuw van de mensen rond haar, bleef schieten, weigerend ons achter te laten, en uiteindelijk zelf werd geraakt door een verloren kogel. Hoe mijn baas, altijd met net genoeg begrip voor zichzelf, het bevel van zijn hoger geplaatsten voor de eerste keer had genegeerd, zich een tank had eigen gemaakt en recht in de vuurlinie was gereden, zodat wij, voetsoldaten van zijn bataljon, dekking hadden. Met zijn vuist omhoog geheven, zijn credo schreeuwend, was hij ten onder gegaan: ‘It’s just a fucking job!’

Een glimlach kruipt over mijn gebarsten lippen, ze smaken naar zout en ijzer, tranen en bloed vermengd. Hier lig ik dan, ten midden van al die prachtige, getalenteerde mensen. Koude lijken nu, hun ogen opengesperd, alsof nog in het gevecht. Wreed vermoord, hun gezichten onherkenbaar kapot geschoten, nu al vergeten. Ten midden van haat, angst en eenzaamheid, hadden we elkaar gevonden. Op het moment van hoogste nood schoven we onze angsten opzij en ons ego aan de kant, en ja, offerden we ons leven op voor elkaar. Als niets er nog toe deed, als alles dan toch verloren was, waren wij tenminste samen.

Geen deadlines meer. Geen verrassingsaanvallen van dubbelspionnen. Geen vergaderingen die eindigen in eenzaamheid. Hier, op het slagveld ’s avonds laat, ligt dat leven achter ons.

Ademen gaat lastiger. Langzaam glijd ik weg. Het is niet erg. Het mag hier stoppen. We hebben samen gestreden. Laten we samen sterven.

(2021)

Een reactie plaatsen

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.