Interview: Een Oefening In Aandacht – Tijs Adams, tekenaar.

Interviewreeks: Op Zoek Naar Benjamin

Deze reeks, een verzameling van gesprekken, gevoerd met kunstenaars, vond plaats in het kader van mijn roman in wording. Het begon als onderzoek naar één van mijn hoofdpersonages, Benjamin, een jonge tekenaar/schilder. Al snel oversteeg het dit doel, en groeiden de gesprekken uit tot een schrijfproject over het vinden van een stem. Hierbij ga ik samen met mijn gesprekspartner op zoek naar de persoon achter het doek, en stellen we de vraag naar kunstzinnige identiteit, zingeving, uitdagingen en inspiratie. Zo zoeken we naar de stem van de kunstenaar, en door het vertellen van die zoektocht, naar mijn eigen stem, als schrijver.

‘Jarenlang alleen in de woestijn, werd Sint-Antonius overvallen door demonen en monsters. Maar zijn ergste kwelling was niet de angst. Nee, het was een morele strijd, een mentale strijd. Waar het om ging, was de verleiding. Te weerstaan aan wat hem naar beneden trok, het vasthouden aan wat hem riep: die focus op het zuivere.’

– Tijs Adams, tekenaar.

Ik ontmoet Tijs vanuit mijn woonkamer in Brussel, aan zijn keukentafel in Berlijn. We lachen elkaar toe op onze schermen. Waar we vorig jaar nog de zomer samen doorbrachten aan het doorleefde ikeatafeltje in de tuin, dansend, pratend en schrijvend aan onze thesis, en hij me in een winkelkarretje door Leuven reed op de nacht van ons afstuderen, is het nu weer bijna vier maanden geleden dat hij vertrok naar Berlijn. ‘Waarom?’ had ik gevraagd. ‘Daarom. Ik moet weg uit België. Hier voel ik me rusteloos,’ had hij geantwoord.

Op dit moment werkt hij aan verschillende pentekeningen, tekent figuren voor een computerspel en schoolt zichzelf bij door middel van technische oefeningen, die hij op het internet en in tekenboeken vindt. Eén van de overkoepelende projecten, te vinden op zijn site, heet ‘the tempation(s) of st. Anthony’, en toont een reeks van kleine, veelkleurige figuurtjes. Fossielen, lijkt het wel, die je vanuit allerlei vreemde ogen aanstaren.

Tijs Adams – The Tempations of St. Anthony

Tijs: Dat verhaal, verleiding in al haar vormen, is een terugkerend onderwerp voor mij. In het leven vandaag zijn er zoveel afleidingen, met het internet en gsm’s, eindeloze stromen van content – maar ook seks, eten, alcohol, drugs, het zijn thema’s van alle tijden. Voor mij persoonlijk, is het overkomen van verleiding, essentieel in wat ik doe.

Hoe merk je dat concreet?

Nu ben ik bijvoorbeeld bezig met een studie van rechte lijnen. Ja, na al die jaren tekenen, leer ik nu pas rechte lijnen te trekken (lacht). Weinig mensen kunnen het, er zit zoveel méér achter dan wat je ziet op papier. Of het nu gaat over welke spieren te spannen in je arm, of je vanuit de pols tekent of vanuit je onderarm of schouder, hoeveel druk je zet op je potlood of pen, waar je blik te richten: als je aandacht verslapt bij een detail – en dat kan zo banaal zijn als één lijn – dan zie je dat gegarandeerd achteraf. Zo ben ik gemakkelijk uren, nee, dagen bezig aan één tekening. De verleiding is groot om op te geven. Wanneer ik begin, hangt die vraag altijd boven mijn project: Kan ik dit afwerken, hou ik dit vol? Als ik aan het tekenen ben, ben ik die vragen, die verleidingen, aan het overwinnen. Door focus en discipline herover ik dat beeld in mijn hoofd, en met elk geconcentreerd moment bewijs ik aan mezelf dat ik het kan. Hoe beter mijn concentratie, hoe mooier het resultaat. De tekening is de overwinning op zichzelf.

Tijs Adams – tekening zonder naam.

Wat is de rol van tekenen tot nu toe geweest in jouw leven? Had het altijd al iets te maken met focus, met aandacht?

Als de tweede van drie zoons, was ik het dramagevalletje: ik was heel emotioneel, opvliegend ook. En hoewel we als gezin de wereld rondreisden voor het werk van mijn vader, bleven we aan tafel dat traditionele Vlaamse gezin, met Vlaamse tradities. Hoe mensen nu over gevoelens praten bijvoorbeeld, dat bestond bij ons niet. Mijn vader verschilde in niets van de typische Vlaamse man die altijd op zijn werk was, met mijn moeder, de huisvrouw, die volgde. Zo ben ik opgegroeid, in Pakistan, Roemenië, Parijs, Amsterdam en Brussel, tot ik zelf ben vertrokken naar Nieuw-Zeeland. Ik had het er moeilijk mee. Ik herinner me dat ik als kind vaak alleen was, videospelletjes speelde op mijn kamer. Altijd opnieuw ergens aankomen, in een andere school, een andere omgeving, het was vermoeiend. Veel mensen denken dat ik door al dat verhuizen goed ben in het maken van vrienden, maar dat is helemaal niet zo. Ik ben introvert, het duurt bij mij nog steeds lang eer vriendschappen groeien. Daarnaast konden de tegenstellingen niet groter zijn tussen mijn vrienden uit India, Amerika en Frankrijk, en mijn familie, of de kinderen van vrienden van mijn ouders, uit Lede. Op familiefeesten liep ik altijd een beetje verloren. Ik twijfelde aan alles, stelde mezelf en mijn gezin vaak in vraag: Is de manier waarop wij de dingen doen normaal? En wie was ik?

Tijs Adams – tekening uit de reeks ‘Black and White’

Ik was niet ‘de sportjongen’, of ‘de kunstenaar’ – ik had in alles wel een zekere interesse, maar tegelijkertijd was er niets dat me écht trok. Ik heb bijvoorbeeld nooit tekenlessen gevolgd. Droedelen was iets dat ik deed in de les, en als ik bij vrienden was, tekende ik strips of karikaturen van mensen, of dingen uit mijn hoofd. Leerkrachten zeiden dat ik moest opletten, maar ik vond dat dat niet stoorde. Het tekenen hielp mij juist om me te concentreren, om ergens te zijn waar ik niet altijd wou zijn. Ook nu nog, teken ik vaak als ik aan het luisteren ben. Praten gaat gemakkelijker als ik ondertussen iets kan krabbelen. Misschien omdat ik, door mezelf af te leiden met tekenen, een aantal defense mechanisms laat vallen, eerlijker kan zijn. Als ik me echt focus op een gesprek, dan denk ik teveel na over dingen, weeg ik elk antwoord af en zit ik vast in vragen over wat mensen verwachten van mij. Dat is eigen aan wie ik ben, ik analyseer alles, ben ontzettend kritisch voor mezelf. Dat maakt me onzeker, en weerhoudt me ervan om echt spontaan te zijn. Die tekening geeft me houvast, het is een rustpunt tussen mij en de ander.

Is tekenen voor jou dan alleen een middel tot concentratie, tot houvast?

Lang was het voldoende om vrijblijvend te tekenen. Een jaar en half geleden is dat veranderd. Ik besloot toen een punt te zetten achter mijn relatie. Ik hield ontzettend veel van mijn vriendin, maar ze was depressief. Ik kon daar toen niet mee om. Maar ik kon ook niet meer voort met de persoon die ik tot dan toe was geweest. In die periode ben ik naar mezelf gaan kijken met een andere blik. De situatie overweldigde me, en ik zocht naar een manier om grip te krijgen op wat me overkwam. In die tijd tekende ik veel, en zat ik intussen van alles te denken. Terwijl ik tekende kon ik adem nemen en rustig nadenken, nam ik afstand van wat er was gebeurd. Mijn tekeningen kanaliseerden mijn energie. Maar vanaf toen had ik ook een duidelijk beeld voor ogen: ik wou mijn vriendin tekenen zoals ik haar had gekend, een prachtig persoon, schoonheid in haar puurste vorm. Keer op keer deed ik pogingen, maar steeds ontglipte ze me terug. Anderen vertelden me hoe goed ik kon tekenen, maar het gleed van me af. Ik wist dat ik haar niet kon vastleggen op papier, dat mijn tekeningen maar flauwe afkooksels waren. Ik besefte dat, als ik die essentie op papier wou krijgen, ik mezelf moest verdiepen in de technische regels van kunst, in het begrijpen van verhoudingen, van schaduw en van diepte. Op dat moment is tekenen voor mij méér geworden dan een uitlaatklep – het werd een zoektocht naar essentie.

Hoe zie jij dat, zoeken naar essentie? Spreek je dan over perfectie?

Integendeel. Onbewust hebben we ideeën over hoe de dingen eruit zien. Bij Leonardo Da Vinci en Michelangelo vind je dat verlangen terug naar die perfecte mens. Het zijn meesterlijke studies, ideaal om de regels van verhoudingen te leren kennen. Maar eens je die perfectie kent, begin je te zien hoe dingen ervan afwijken, en besef je plots: niemand is perfect. Mensen hebben vreemde lichamen, heel eigen gezichten – en toch herkennen we daarin de mens, sterker nog: die afwijkingen maken de mens interessanter. Die afwijkingen vind je niet in leerboeken, maar zijn eigen aan elke mens, verweven met een persoonlijke geschiedenis, karakter.

Tijs Adams – Tekening uit de reeks ‘Black and White’

Sinds kort heb ik daarom iets met dikke mensen. Dat is niet slecht of goed bedoeld, het gaat voor mij puur over een fascinatie voor het visuele: In de anatomie leer ik op dit moment over de klassieke verhoudingen, maar bij een persoon met obesitas veranderen die. Het lichaam zwelt op, lijnen en welvingen veranderen. Ik kan dan op de metro zitten terwijl ik zo’n persoon zie, en me afvragen: ‘Ongelofelijk dat dit kan, maar hoe zit het met de ruggengraat? Hoe kan ik dat lichaam begrijpen, wat is hier de puzzel, de geschiedenis?’ Als je zoveel verschillende mensen ziet, begin je te beseffen dat wat ons verbindt geen simpel idee is, niet zomaar een optelsom van regels en verhoudingen, maar dat het bijna iets ongrijpbaars is. Wanneer houdt een mens op een mens te zijn?

Een kunstenaar die me op dit moment inspireert is Egon Schiele. Als je kijkt naar zijn werk, en zeker naar zijn tekeningen en schetsen, zie je vooral ruwe lijnen. Dat lijkt misschien simpel, of getekend in een opwelling, maar achter die beelden zitten jaren aan ervaring. De lijnen zijn vloeiend, ze vatten perfect de figuur die ze beschrijven, niet meer, niet minder. Er zit geen enkele twijfel in die schetsen, je ziet dat ze bijna in één keer zijn gemaakt. Maar tegelijkertijd zie je ook hoe hij over alles heeft nagedacht, hoe elk detail een essentieel detail is, en al de rest is weggehaald. Zijn tekeningen zijn strikt genomen niet realistisch, zoals je dat van de perfecte man bij Da Vinci zou kunnen zeggen, maar hij slaagt erin voorbij de visuele realiteit te gaan, en ons op een ander niveau dezelfde vrouw te laten zien – met al haar afwijkingen, in al haar eigenheid. Zo toont hij dat in essentie, afwijking en realiteit kunnen samenvloeien, in het kunstwerk dat een eigen blik werpt op de werkelijkheid.

Tijs Adams – tekening uit de reeks ‘Black and White’

Wat is de rol van aandacht in zo’n eigen blik op de werkelijkheid?

Geduld en focus zijn de eerste voorwaarden voor die blik. Je ziet dat belang het beste terug bij beginnelingen en amateurs: Je bent ongeduldig, je werkt gehaast. Je neemt geen tijd om echt na te denken over wat je aan het doen bent. Je wil bijvoorbeeld een tafel tekenen, en in je hoofd heb je daar al een heel beeld bij: een blad, vier poten, bruine kleur. Maar als je met aandacht kijkt naar de tafel, zie je dat niets van dat beeld klopt, en dat er een miljoen details zijn aan die tafel, kleine scheurtjes, andere kleuren, patronen. Op dat punt ben je overweldigd door die beelden, je weet niet meer waar te beginnen, waarop te focussen en wat weg te laten. In deze tekening bijvoorbeeld, (hij toont me een eigen tekening van een man met een baard, nvdr.)

Tijs Adams – Man met baard.

Zie je in de baard dat mijn lijnen verward zijn? De lijnen zijn er lukraak gezet, zonder respect voor hoe zo’n haartjes groeien, gekromd zijn, samenkomen in één geheel. Er is niet goed nagedacht over die baard, en wat die haartjes daarin betekenen. Doorheen de tijd leer je om aandachtig te kijken, de technieken aan te wenden om beelden weer te geven en die details te interpreteren. Op dat moment van aandacht begint de échte kunst, wanneer je in die selectie van details een essentie kunt halen, en er op die manier niet alleen de realiteit weergeeft, maar er ook je eigen blik in legt.

Over Benjamin: kan je het verlangen begrijpen om een kind van tien naakt te tekenen?

Ik begrijp dat je iemand naakt zou willen tekenen. De directe blik die je hebt op een lichaam, zonder kleren, is ontzettend fascinerend. Ik ben een paar keer naar zo’n live nude drawings gegaan. In het begin vraag je jezelf af of daar erotische spanning in zou zitten, in het tekenen van een naakt vrouwenlichaam. Maar de waarheid is dat je op dat moment kijkt met een technische blik, puur gericht op de verhoudingen, de schaduwen, de lijnen. Ik zou graag een aantal van mijn vrienden en vriendinnen naakt tekenen, maar da’s toch nog een stap voor mij. Het blijft toch iets heel intiems, je kleren afleggen voor iemand. Bij sommige vriendinnen komt daar ook het element bij van seksuele spanning. Maar een meisje van tien, naakt tekenen, nee, daar zou ik mezelf niet comfortabel bij voelen. Die consent is voor mij belangrijk, en bij een kind van tien is de vraag nog maar of er sprake kan zijn van échte instemming. Daarnaast vraag ik me af in hoeverre het lichaam van een kind van tien interessant is. Het is nog vrijwel perfect, bijna geheel inwisselbaar. Een meisje van tien heeft nagenoeg hetzelfde lichaam als een jongen van tien. Als je me vertelt dat hij haar wil tekenen omdat hij zichzelf als kind in haar herkent, vraag ik me ook af: waarom tekent hij dan haar, en geen jongen van tien?

Meer weten over Tijs? Geïnteresseerd in een samenwerking?

Alle tekeningen & meer zijn te vinden op: https://tijsadams.com/

Een reactie plaatsen

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.