Column: De schrijfster aan het procrustesbed

De kunstenaar is de ultieme getuige van het leven.

‘Zei je iets?’ zegt mijn vriend, terwijl hij de lakens van ons bed haalt. Ik sta, als een echte getuige, naast ons bed.

‘Het lukt maar niet,’ zeg ik.

– ‘Help jij even met de kussens?’

‘Die ene scène lukt niet. Ik vind er de woorden niet voor – of nee, de woorden vinden mij niet!’ Ik krijg twee kussenslopen in mijn gezicht gegooid.

‘Soms vraag ik me af of het nog zin heeft.’ Ik zucht, en kijk naar de lege, stoffen omhulsels in mijn handen.

Mijn vriend komt naar me toe, ik open mijn armen voor een knuffel. Wanneer hij voor me staat, pakt hij de kussenslopen uit mijn handen en loopt terug naar het hoofdeinde, waar hij de kussens in hun vers gewassen hoezen propt. Ik achtervolg hem, en ga voort: ‘Maar misschien is dit de echte worsteling. De schrijfster verliest haar woorden, maar vindt zichzelf.’

Terwijl ik kijk hoe mijn vriend worstelt met de hoekjes van het onderlaken en de matras, voel ik me plots ongelofelijk nutteloos. Ons dekbed ligt intussen, in afwachting van zijn tweede stoffen huid, wit en naakt, op de grond.

Mijn blik blijft hangen op dat ene beeld – ons donsdeken. Nieuw, nog zonder speekselkringen of kleine vlekjes opgedroogd bloed. Nog niet ranzig, beslapen, eerder onschuldig, uitnodigend zelfs. Voor de komende vijf minuten, ontmanteld, en, dankzij die ene beweging van bed naar vloer, plots veranderd in merkwaardig tapijt. Mijn voeten jeuken om die realiteit alvast in te huldigen. Snel doe ik mijn sokken uit en zet mijn blote voeten voorzichtig op de roomijskleurige deken. Een heerlijke sensatie overvalt me. Ik spreid mijn tenen, krom ze terug, krijg kippenvel van de koele gladheid op de gevoelige huid tussen mijn tenen. De stof is zacht onder mijn voeten, en kraakt subliem. Wanneer ik mijn voet verzet, bolt de stof ergens anders op. Mijn voeten glijden zo van de ene hoek naar de andere, en maken een aangenaam zwiepend geluid. Ongelofelijk, wie had dat gedacht? Ons donsdeken, een verborgen godentapijt!

Ik glimlach naar mijn vriend, die aan de kant wacht met de overtrek in zijn handen. Geen zorgen, zegt mijn glimlach, er is nog hoop.

‘Mag ik dan nu…?’ vraagt hij.

Plots voel ik hoe mijn mondhoeken terug naar beneden krullen: ‘Maar hoe beschrijf ik dit in hemelsnaam? Wat is de literatuur rond donsdekens?’

Mijn vriend probeert alvast een hoekje van de deken te pakken te krijgen. Ik blijf staan, zink steeds dieper: ‘Hoe kan ik nu schrijven over het leven, als ik nog niet eens weet hoe te praten over… dit?’ Ik wijs bij gebrek aan woorden naar de ingepakte dons onder mijn voeten. Op dat moment trilt de smartphone van mijn vriend. Terwijl hij opneemt, doet hij teken naar het laken dat naast de deken op de grond ligt, en wijst dan naar mij.

Even voel ik me verward. Daar sta ik, in het midden van het donzen tapijt. Een vaag restje triestigheid, al kan ik niet zeggen waarom. Uiteindelijk besluit ik nog wat te zwiepen.

(2020)

Een reactie plaatsen

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.