Column: Meanderend

‘Persoonlijk denk ik dat je een aanwinst kan zijn, want je schrijft alvast vlot. Je recensie zelf voelde nogal meanderend aan, waardoor ik niet echt kan achterhalen wat je er nu juist van vond.’

Niettemin: als ik wou, mocht ik meedoen. Zo insinueerde de e-mail van het online magazine waar ik me als vrijwilliger voor had aangemeld. Hij, ‘persoonlijk,’ was de verantwoordelijke boekrecensies. Van de hoofdredacteur die in ‘cc’ stond, hoorde ik niets meer. Toen ik e-mailde of ik één van hen zou kunnen bereiken via de telefoon, viel alle contact weg. Corona misschien.

In de afwezigheid van een antwoord, bleven de woorden van de enigmatische e-mail sluimeren.

‘Persoonlijk denk ik dat je een aanwinst kan zijn,’

‘Persoonlijk,’ – alsof er achter die letters een diplomatisch persoon met zwaar verleden zat, iemand die had geleerd dat e-mails afgedrukt kunnen worden, gebruikt in rechtszalen of op redactievergaderingen, en nee, een smiley maakte niet alles goed.

‘Persoonlijk,’ als delicaat sausje van de dag, om af te wisselen met ‘misschien,’ ‘eventueel,’ of ‘spijtig’.

‘Persoonlijk,’ het schaamdoekje voor een mogelijks veel grotere discussie, met verschillende hoofden die driftig ‘nee’ schudden: ‘Spreek voor jezelf!’

En dan dat andere woord: ‘meanderend’. Wat een prachtig woord, zoals een kleine waterval op mijn tong: me-an-de-rend. Onverstaanbaar hoe ik het ooit had kunnen vergeten.

Nu ja, wie of wat is er vandaag nog ‘meanderend’ te noemen?

Ik dus! Of als afgeleide, mijn recensie. Enerzijds was het natuurlijk spijtig: hij had duidelijk niet begrepen wat ik wou vertellen: een genuanceerd verhaal over een boek met verschillende lagen. Spijtig ook, omdat dat nu juist het enige opzet was: begrepen te worden. Begrepen, niet beoordeeld – door die paar mensen die mijn recensie zouden lezen. Maar misschien had hij me hierin wél begrepen, want ‘meanderend’ voelde zo verrassend vertrouwd! Ik bén meanderend. Hij zag het duidelijk niet als een compliment, en suggereerde dat meer duidelijkheid mocht: vond ik het nu goed, of vond ik het nu slecht?

Hij bracht het zo vriendelijk en bedachtzaam: ‘Uiteraard wens ik niemand iets op te leggen, maar het mag soms wat zakelijker, zodat een buitenstaander ook een beter begrip heeft van het boek, en niet louter van wat jij er – persoonlijk – van vindt.’

Vonden ze mij nu goed, of vonden ze mij nu slecht?

Plots werd ‘meanderend’ een beschrijving die overal wel gepast leek.

Ik besloot een column te schrijven, persoonlijk, gewijd aan het woord. Kabbelend, zonder precieze bron, zonder zeker einde, zonder ook maar de garantie dat iemand behalve de schrijver het zou snappen, of het überhaupt zou lezen.

(2020)

Een reactie plaatsen

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.