Kortverhaal: August

Haar vingers volgen met voorzichtige bewegingen het spoor van de barst. Het litteken, donkerroze en gezwollen, loopt dwars over de linkerzijde van zijn gezicht, van zijn oog tot onderaan zijn kaak. Haar hand voelt koud tegen zijn huid. Met gesloten ogen ondergaat hij haar aanraking. Zijn litteken, het romantisch bewijs van zijn kwetsbaarheid. Een haakje om haar liefde aan op te hangen. Een lelijkheid die zij hem mag vergeven. Macht, in de vorm van een streling. Hij glimlacht onwillekeurig. Wanneer ze zijn glimlach opmerkt, lacht ze naïef met hem mee: ‘Waarom lach je nu?’

Hoeveel vrouwen voor haar hebben hetzelfde gedacht? Hoeveel meisjes voor haar hebben zijn wang met dezelfde perverse tederheid gestreeld?

Op dit moment zijn dat er drie. Maar hij is nog jong, en vergeeft zichzelf de lichte hyperbool. Nostalgie bestaat op vierentwintig voornamelijk uit de verbeelding van een verleden dat zich nog moet laten leven. Hij kijkt naar haar met een blik die moet doorboren. Bedenkt zich ondertussen dat hij die zin over perverse tederheid beter kan opschrijven, voor hij die vergeet. Wrikt zich uit haar verrassend stevige omhelzing.

‘Wat zoek je?’ vraagt ze.

Hij pakt zijn rugzak, vindt zijn pen en schrift. Kruipt terug in bed. Probeert iets te schrijven dat hij later niet hoeft te schrappen. Ze ademt in zijn oor.

‘Waarom kuste je me gisteren?’

Hij legt zijn pen neer. Zucht innerlijk. Schrijven zal niet meer lukken.

‘Heb jij veel zelfmedelijden, August?’

-‘Wat?’

Ze wuift met haar hand. ‘Antwoord er maar niet op. Ik neem voorlopig aan van wel. Die vreemde blik van je maakt me bang. Maar over het algemeen zie ik dit nog wel eens zitten.’ Dan knipoogt ze: ‘Zolang je me maar niet probeert te doorgronden.’

August zet zich rechtop in bed. Is het irritatie? Nee. Het is sentiment.

-‘Waarom zou ik jou willen doorgronden?’

Ze lacht, loopt naakt uit het bed, en roept hem op weg naar de keuken toe: ‘Was dat niet de mop? Wie wil een ander doorgronden? Jij? Mij? Met je pen en je schrift? Schrijvers! Wil je koffie?’

August wrijft door zijn haar. Fronst. Ja, koffie.

Drie uur later liggen ze naakt in bed.

‘Wat is je naam?’ vraagt hij.

Van onder het deken zegt ze: ‘Ik wil mezelf niet herleiden tot één woord.’

Hij trekt de dekens van haar lichaam. Ze ligt op haar rug, glimlacht. Haar haar ligt in de war. ‘Sinds vandaag experimenteer ik met een andere naam.’ Ze is op hem gaan zitten. ‘Wat denk je van June? Dat past bij August, nee? Maar voor morgen weet ik het nog niet.’

Natuurlijk. Een simpel antwoord is voor haar te moeilijk.

‘Een beetje kinderachtig, niet?’

-‘Jouw mening is niet gevraagd, August.’ Ze haalt haar schouders op en glimlacht.

Wat later klapt de zware deur van haar kot achter hem dicht. Voor een moment staat hij doelloos op de stoep. Hij heeft geen flauw idee waar hij is. De warme kasseien van juli branden door de dunne zolen van zijn espadrilles. Hij zal misschien verliefd worden, al weet hij niet op wie.

Maar niemand weet op wie.                         

(2018)                          

Een reactie plaatsen

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.